Via een artikel van Dutch Cowboys werd ik geattendeerd op dit wel heel bijzondere project: een stop motion videoclip gemaakt met… 288.000 jellybeans! Gemakshalve ging ik er vanuit dat de opnames van de zangeres wel voor een ‘green screen’ zouden zijn gemaakt; laten we wel wezen, wie zou er zo gek zijn geweest om dit frame voor frame in elkaar te klussen? Onvoorstelbaar genoeg onthulde de ‘making of’-video vervolgens echter dat dit daadwerkelijk het geval is… Frame. Voor. Frame. is de clip samengesteld, met de zangeres in de meest ongemakkelijke posities eroverheen gedrapeerd. 22 maanden. 1.357 uur. 30 mensen.
Wonderschoon.
gespot
8
Nov 11
Jelly bean
2
Nov 11
Life In A Day
Voor hun project Life In A Day riepen Ridley Scott en Kevin MacDonald mensen over de hele wereld op om een moment uit hun leven te filmen en te delen op youtube. Het resultaat: een indrukwekkend en onroerend beeld van één dag uit het leven van de mens op Aarde.
Afgezien van het feit dat dit project natuurlijk een bijzonder voorbeeld is van de kracht van user generated content, is de documentaire ook een schitterend voorbeeld van de kracht van montage.
De film duurt ongeveer negentig minuten en is sinds gisteren ook volledig te bekijken op youtube.
16
Apr 11
Samenvattingen
Soms denk ik wel eens dat het leuk moet zijn om de persoon te zijn die de filmsamenvattingen schrijft voor de televisiegids. Zoals deze (uit de Varagids) – oordeel zelf:
1
Mar 11
Vogels die vlees eten
Achterin onze tuin staat een boom, een nogal hoge. Dat is niet heel ongewoon in ons stadsdeel, dat tot voor kort de naam Bos en Lommer droeg. Ook niet ongewoon is dat er van tijd tot tijd vogels in die boom neerstrijken. Soms om wat op insecten te jagen, zoals die gezellige grote bonte specht. Soms om een beetje te knuffelen, zoals de Turkse tortels – met zijn tweetjes wiebelend op een diep doorbuigende tak. De rest komt er vooral om een beetje uit te rusten.
Róófvogels zien we hier eigenlijk nooit. Daarom was het dan ook vrij bijzonder (al schijnt het steeds normaler te worden) dat er deze middag, de eerste van maart, hoog in onze boom een sperwer neerstreek. Tevreden zat hij op een dikke tak en nuttigde zijn lunch. Die bestond uit vlees.
Nu is de term ‘roofvogel’ er één die ik tot voor kort vooral associeerde met grote, statige vogels die met uitgestrekte vleugels van een indrukwekkende spanwijdte rondcirkelen over weilanden. Een vrij romantisch dier, eigenlijk. Het lekkere hapje waar ze naar op zoek zijn, was voor mij niet meer dan een abstract concept, zo abstract als de muizen en vogels waar onze katten ‘s nachts op jagen. Zolang het zich allemaal buitenshuis afspeelt, is er niks aan de hand en kunnen wij rustig slapen.
Kijkend nu naar hoe de sperwer ingewanden uit een dood vogeltje trok en ze met smaak oppeuzelde, moest ik ineens weer denken aan de verhalenbundel Vogels die vlees eten, waarmee Thijs de Boer vorig jaar debuteerde. Een duistere maar briljante bundel die destijds behoorlijk doorwerkte in mijn kop vanwege de grimmigheid van de verhalen, iets waarin ik overigens niet de enige was.
De titel van die bundel werd nu ineens een stuk tastbaarder.
De sperwer schijnt trouwens een van de grootste roofvijanden te zijn van de huismus. Wij zijn gek op huismussen. De sperwer dus ook, zo bleek maar weer eens.
De kat lag ondertussen in zijn mandje bij de kachel en sliep, zich van geen kwaad bewust.

