hardlopen


12
Sep 11

Een stukje lopen

We waren in Frankrijk en het regende. De hele week was het droog geweest, we hadden zogezegd mazzel gehad, terwijl de rest van West-Europa verdronk in een zomerse zondvloed.
Maar nu was het zondag en ik had me voorgenomen om te gaan hardlopen. Met nog slechts één week te gaan voor de Damloop, was er nog één laatste duurloop die ik wilde afwerken, een lange langzame van anderhalf uur, want, zo had Rob Veer, huistrainer van Runner’s World, gezegd: pas dan weet je zeker dat je er écht klaar voor bent.
Omdat er in de laatste week vooral veel rust in het programma zat en we op maandag kustwaarts zouden trekken, was zondag de aangewezen dag voor de laatste test.
Maar ja, toen regende het.
Ik dacht aan Dolf Jansen en zijn stukjes in Runner’s World over loopavonturen in den vreemde – altijd éérst de schoenen aan zodra hij op een nieuwe bestemming komt om de omgeving te gaan verkennen. Ik dacht aan die oude reclame van Nike met rolstoelbasketballer Matt Scott – ‘no excuses’ – en aan mijn loopmaatje JB, met wie ik per sms had afgesproken dat we deze zondag ‘virtueel’ samen zouden lopen.
Daarna keek ik naar de regen, die met bakken tegelijk naar beneden kwam en, naar het zich liet aanzien, voorlopig niet zou ophouden en ik bedacht me dat mijn kritische ‘window’ – waarin je ontbijt voldoende is verteerd en je nog even voortkunt tot de volgende maaltijd – in rap tempo kleiner aan het worden was.
Dus ging ik op weg.
Nog vóór ik de uitgang van de camping had bereikt, was mijn functionele loopshirt volledig doorweekt en niet langer functioneel. Enkele minuten later gold hetzelfde voor mijn loopshortje. En aan het eind van de eerste kilometer had ik geen droge draad meer aan mijn lijf.
Het water stroomde in stralen van mijn petje af, mijn kleren plakten aan mijn lichaam. Terwijl de bovenkant van mijn schoenen doordrenkt raakte, bedacht ik me dat ik de plassen een beetje moest proberen te vermijden, om de onderkant van mijn sokken zo lang mogelijk droog te houden in verband met eventuele blaarvorming. Maar inmiddels was de weg zelf één grote plas.
Ren-zwemmend bewoog ik me voort, slechts af en toe ingehaald door een auto, waarbij ik niet merkte dat ik werd natgesproeid – het maakte geen verschil.
Na drie kwartier, vér voorbij het veilige asfalt, door modderstromen vals plat bergopwaarts, hield het op met regenen en brak de zon door. Vanaf hier ging het pad bergaf. Het water stroomde langzaam weg en voor het eerst hoorde ik weer andere geluiden dan stortregen, zoals dat van mijn eigen soppende voetstappen in doorweekte schoenen.
Anderhalf uur en twaalf kilometer na mijn vertrek was ik terug op de camping. Nog altijd doorweekt. Vanonder de droge luifel keek de hond me vermoeid aan. Geliefde mompelde iets over ‘gestoord’. En ik geloof dat ze gelijk hadden, deze ene keer dan.
Maar heroïsch was het wel. Al zeg ik het zelf. Dolf kon trots op me zijn.


9
Apr 11

Kortehardloopbroekendag

Ik wilde twee dingen zeggen, één: dat ik Angela Groothuizen echt geweldig vind – waren alle juryleden maar zo warm en hartelijk en Hollands als Angela Groothuizen, dan zou ik vast en zeker wél naar talentenjachten willen kijken – en twee: dat ik dit weekend voor het eerst in een korte broek heb hardgelopen en dat dat ook heel belangrijk is, maar het lukt me maar niet om een gemene deler te vinden om daar een leuk stukje van te maken.
Misschien is het de lente.
Ik zit al dagen alleen maar naar die vogeltjes te staren, naar duiven die elkaar op bruut-onhandige wijze het hof maken en naar die ene duif die niemand wil en die, wellicht daardoor, steeds in zijn eentje depressief zit te zijn in de boom achterin onze tuin. Het is hartverscheurend.
Maar goed. Over die korte broek. Voor een beetje hardloper is dat een moment dat in belangrijkheid niet onderdoet voor dat van rokjesdag voor jonge vrouwen en Martin Bril-aanbidders. Nu val ik – oh gelukkige! – in alledrie de categorieën (jonge vrouw, hardloper, Martin Bril-aanbidder) dus het is momenteel, met al dat mooie weer, opletten geblazen. (Waarbij zij aangetekend dat het voor rokjes echt nog te koud is en, niet onbelangrijk, de benen er nog veel te wit voor zijn. Rokjesdag laat wat mijzelf betreft dan ook zeker nog even op zich wachten, al wordt er op 22 april hier in Amsterdam al wel vast een feestje voor de blote benen gevierd. Een andere, tevens veelbelovende, ontwikkeling is het hardlooprokje, waarbij het beste van twee werelden is samengebracht, evenzo als bij de Rokjesdagloop, die morgen voor de allereerste keer plaatsvindt in het Westerpark. We volgen de ontwikkelingen op de voet en houden u op de hoogte.)
Als late adopter, zeker waar het sportkleding betreft, hou ik het echter voorlopig nog even bij kortehardloopbroekendag. Kortehardloopbroekendag valt in de regel vóór rokjesdag, aangezien je het tijdens een rondje door het park warm genoeg krijgt om de frisse lentebries aan te kunnen. Én je benen krijgen er een lekker kleurtje van. Waarmee ook rokjesdag (de echte, niet vooraf geplande dan hè) ineens een stuk dichter binnen bereik komt.
Angela Groothuizen draagt trouwens ook weleens een rokje. Ik bedoel maar.


28
Jan 11

IJzig

Het was kraakhelder en ongenadig koud, buiten. Voor ik naar het park vertrok had ik van alles extra aangetrokken onder mijn normale loopkleding: hemdje, extra shirt, muts, handschoenen.
Buiten stond een ijzige wind, die overal doorheen blies en tegen de tijd dat ik in het park was aangekomen, was ik verkleumd tot op het bot. Hoewel ik probeerde om enigszins soepel te lopen, in de beste omstandigheden al geen sinecure, duurde het zeker tien minuten voor ik voldoende was opgewarmd en mijn schouders zich iets ontspanden. Toen pas lukte het me om een beetje om me heen kijken.
Veel andere lopers waren er niet, wat voor een vrijdagochtend vrij ongebruikelijk is, zeker nu de zon de mensen in hun huiskamers naar buiten lonkte, mensen die zich daardoor wellicht te optimistisch kleedden, mensen zoals ik.
Op de sloten en de plassen op de paden lag een dun laagje ijs en ik dacht aan hoe Erwin Kroll had gezegd dat de vriesperiode deze keer niet lang zou duren, en aan dat mensen ongetwijfeld toch zouden speculeren over wanneer ze wellicht, eventueel, misschien de schaatsen konden onderbinden. Ik kreeg ook zin om te schaatsen. Ik heb de hele winter al zin om te schaatsen, maar niet op een ijsbaan, alleen buiten, op natuurijs. Misschien komt het nog, de echte vries. Zonder sneeuw, als het even kan, van die mooie uitgestrekte zwarte vlakten van spiegelglad ijs, en lange, slingerende routes tussen heggen van wuivend riet. Zoiets.


24
Oct 10

Plas

Column De Pers, 28 oktober.

Het was zondagochtend en op het eerste oog helemaal geen gek weer, maar toch had ik mezelf maar met moeite de deur uitgekregen voor mijn rondje door het park. Beginnen met hardlopen is niet mijn favoriete bezigheid. Alles gaat moeizaam, je loopt te hijgen als een oude vent en bij iedere stap schudt en trilt de aarde en klotst je overgewicht over je heupen.
Zoiets.
Deze keer had ik dan ook hulp gezocht. Van een digitale coach op mijn mobiele telefoon. De digitale coach informeerde mij over de tijd die ik had gelopen, de snelheid waarmee en de hoeveelheid calorieën die ik daarbij aan het verbranden was. (Dit laatste viel overigens zo tegen dat ik die optie al direct na de eerste keer lopen had uitgeschakeld. Wie weet, later nog eens.) Daarnaast beschikte hij over de mogelijkheid om tijdens het lopen naar muziek te luisteren, iets wat ik voorheen nooit heb gedaan, maar wat ik nu wel eens wilde uitproberen. En zo begon ik aan mijn rondje van een kwartier.
Hoewel het toch een veelbelovende ochtend was geweest, begon het, nog geen twee minuten onderweg, te regenen, een bui die precies zo lang duurde als mijn hele rondje, waarna de zon volop doorbrak, maar goed, toen was ik dus alweer klaar.
Op de laatste meters passeerde ik een plas, een grote: zeker vijf meter lang, het hele fietspad breed en met een diepte van een vuist of twee. Over het voetpad liep ik erlangs. Van de andere kant kwam een man aangefietst met voorop zijn fiets een kinderstoeltje en daarin een meisje. Ik zag hoe hij iets tegen het meisje riep en even aanzette, op zijn pedalen. Toen tilde hij zijn benen op, recht naar voren. Het meisje stak haar handen in de lucht, alsof ze hem daarmee hielp. Samen schaterden ze het uit.
Een klein stukje achter hen fietste een man alleen. Die zette niet aan en hij tilde ook zijn benen niet op. Hij fietste gewoon door. Ik, de plas inmiddels voorbij, keek achterom en zag hoe het water opspatte en zijn broekspijpen nat maakte, en zijn fietstas.


9
Jun 10

Morgen gaan we, echt

De eerste keer was het omdat ik geen zin had.
De tweede keer omdat ik moe was.
De derde keer omdat het prachtig weer was, en ik toch al twee keer niet had gelopen.
Toen begon het te regenen.
Waardoor ik inmiddels al vier keer niet ben gegaan, of is het al vijf? De last die op mijn schouders drukt, de last van het niet-sporten, wordt met de dag zwaarder.
“Morgen gaan we echt!” beloofden we elkaar. Eergisteren. En gisteren. Om er zeker van te zijn dat ik vandaag wél zou gaan, had ik mijn spullen vast klaargelegd, vanmorgen, op mijn bureau. Maar toen ik vandaag thuiskwam moest ik mijn jas uitwringen en de paraplu te drogen zetten en ook is het verkiezingsavond en daarom zeiden we weer: “Morgen gaan we echt.” Vanaf het bureau kijken mijn schoenen me verwijtend aan. Ik doe de deur dicht.
Het is te warm om de haard aan te steken, maar het had gekund. Met de gordijnen dicht en de kaarsjes aan is het net alsof het niet erg is, dat we ons verstoppen.
Laat die uitslag maar komen. Morgen gaan we. Echt.